Nepal


Tekst en fotografie: Richard Schukkink

Kwaliteitsthee begint bij de boer!

Een reis naar de theetuinen van Nepal begint meestal in Kathmandu. Een grote chaotische stad waarvan niemand weet hoeveel bewoners zij telt. Ik breng er een dag en een onrustige nacht door en vertrek de volgende ochtend vroeg naar het vliegveld voor een vlucht naar Bhadrapur in het oosten van Nepal. Vanuit hier zijn de theetuinen, die zich vooral in de provincie Ilam bevinden, goed te bereiken.

De vliegtuigmaatschappijen in Nepal hebben geen geweldige naam. Alleen de afgelopen twee jaar stortten er al zes vliegtuigen neer. Een keuze maken tussen de maatschappijen Buddha Air of Yeti Airlines is kiezen tussen twee kwaden. Beide maatschappijen staan op de zwarte lijst. Mijn keuze valt op Buddha Air want op een moment als dit is de hulp van Boeddha misschien niet eens zo gek. De kunst is om bij het aan boord gaan van het vliegtuigje vooral niet te letten op de tientallen ontbrekende popnagels in de vleugels van het toestel!

Winegum en champagne

De geschiedenis van thee in Nepal is oud. Tot een paar jaar geleden was thee vooral een zaak van de overheid. Het blad werd slecht geplukt en verwerkt, waardoor de kwaliteit vaak te wensen overliet. Tegenwoordig werken zon 7.500 kleine familiebedrijven in de thee. Over het algemeen zijn dit boeren met tuinen van soms niet meer dan enkele tientallen vierkante meters. Zij produceren wel steeds betere theesoorten. Nog maar enkele jaren geleden verdween het geplukte blad over de Nepalees-Indiase grens naar het aangrenzende Darjeeling waar het in goedkope melanges terechtkwam. Nu zie je dat er steeds meer eigen fabriekjes worden gebouwd. Kleine boeren vormen een coöperatie zodat ze samen een fabriek kunnen bouwen en iets grotere boeren doen het zelf. Doordat de boeren meer invloed hebben op het proces stijgt de kwaliteit van de thee. Alle ingrediënten voor topkwaliteit zijn aanwezig op dit dak van de wereld: een ligging op circa 2.000 meter hoogte en een perfect samenspel van neerslag, temperatuur en grondsamenstelling.

Aanvankelijk produceerde men in Ilam alleen zwarte thee. Vooral de First Flush is van buitengewone kwaliteit. Deze thee - de eerste twee bladen en een knop van het voorjaar - is zeer aromatisch en fris. Gelukkig ontdekken steeds meer Europese theebedrijven deze mooie thee waardoor hij ook in Nederland goed verkrijgbaar is. Koop deze thee alleen in de maanden direct na de oogst. De oogst vindt plaats in maart april. De exceptionele kwaliteit van deze thee is alleen binnen 4 maanden na de oogst te proeven. Daarna verdwijnen de groene en fruitige winegumachtige tonen van deze champagne onder theesoorten. Maar er is meer.

Japan made in Nepal

Japanse thee is wereldberoemd maar omdat de plaatselijke bevolking het grootste deel van haar thee zelf opdrinkt en er in het dichtbevolkte land geen ruimte is voor meer theetuinen, zoekt men naar alternatieven. Nepal blijkt de perfecte plek te zijn om beroemde Japanse groene theesoorten zoals Bancha en Sencha te produceren. Vandaag heb ik daarom een afspraak met Dilip Rai van Nepal Tea.

Het wordt een interessant bezoek. Ik ontdek een klein stukje Japan in Nepal. De machines zijn afkomstig uit Japan en ook alle technieken zijn identiek aan die in Japan. Toch is er één verschil: de theeplanten in Nepal zijn van een andere cultivar dan die in Japan. Het gaat in beide landen wel om de Camellia Sinensis Sinensis ofwel de Chinese variëteit, maar plantenrassen zoals de Yabukita en Okumidori, die een belangrijke bijdrage leveren aan de bijzondere smaak van Japanse thee, groeien nog niet in Nepal. Wanneer we de verschillende soorten cuppen, word ik erg enthousiast over de kwaliteit. Doordat de thee gestoomd is in plaats van gewokt proef ik tonen van zeewier, spinazie, groene asperges. Geweldig!

Na een heerlijke Nepalese lunch in dit kleine stukje Japan gaat de reis verder naar het bijzondere Shree Sunderpani Cooperative Tea Project een paar uur rijden naar het plaatsje Fikkal.

Minder thee, meer geld

In Fikkal ontmoet ik de energieke Udaya Chapagian die al jaren met veel toewijding bezig is om de kwaliteit van Nepalese thee te verhogen. Udaya vertelt me vol enthousiasme over de bouw van een theefabriek, het onderwijs aan boeren en de omschakeling naar biologische thee.

Door de bouw van de theefabriek kan thee van 300 boerengezinnen in de omgeving snel en goed bewerkt worden. Wanneer theeblaadjes na het plukken niet snel uitgespreid worden, loopt de kwaliteit snel terug en verliest de thee zijn kenmerkende aromatische karakter. Hoge kwaliteiten thee leveren veel meer op dan lage kwaliteiten die over het algemeen in goedkope melanges terechtkomen.

Het onderwijzen van 300 gezinnen heeft ook veel voeten in aarde. Udaya heeft grote moeite om de mensen te overtuigen van het feit dat biologisch produceren veel meer geld oplevert. Gezinnen zagen het aantal geplukte kilos behoorlijk teruglopen omdat er geen kunstmest en kunstmatige bestrijdingsmiddelen gebruikt mogen worden. Kilos zijn altijd erg belangrijk geweest voor de gezinnen omdat in het verleden gold: meer kilos is meer geld. Dat men nu meer geld krijgt voor minder kilos, wil er bij veel mensen niet in. Daarom wordt er soms toch kunstmest gebruikt. Een gezin dat dit doet kan het werk van de overige 299 gezinnen in gevaar brengen. Gelukkig boekt Udaya veel vooruitgang. Vrijwel alle gezinnen hebben de lessen over biologische teelt bijgewoond en zijn enthousiast over de resultaten.


Ram, biologische thee en ballonfiguren

In de wijde omtrek van Fikkal zijn geen hotels te vinden. Daarom overnacht ik bij mijn vriend Ram. Ram woont met zijn broer Bhim Nidhi, schoonzus Sarita en twee neefjes in een huisje midden in een kleine theetuin die door zijn broer en schoonzus wordt verzorgd. Een paar honderd vierkante meter thee, tientallen vierkante meters aardappelen en een kleine visvijver zorgen voor een groot deel van het inkomen van de familie. Het huis bestaat uit twee vertrekken. Boven een ruimte waar gekookt en gegeten wordt, beneden een ruimte waar geslapen wordt. In het begin even slikken om met zoveel mensen in dezelfde ruimte te slapen, maar het went snel.

Ram werkt als onderwijzer op de plaatselijke lagere school en spreekt gelukkig wat Engels waardoor de communicatie makkelijker verloopt. Hij blijkt net over de grens in Darjeeling gestudeerd te hebben.

Onder het eten komt de theeproductie ter sprake. Dit jaar zal onze thee officieel biologisch zijn, roept broer Bhim enthousiast. Normaal gesproken duurt het zon 5 jaar voordat thee biologisch gecertificeerd kan worden. Alle chemische middelen moeten eerst uit de grond en uit de plant. Dit is pas het vierde jaar maar laboratoriumonderzoek in Duitsland heeft uitgewezen dat de thee ruim binnen de marges voor biologische thee valt. Goed nieuws want nu krijgt men meer geld voor de thee omdat de vraag naar hoge kwaliteiten biologische thee groot is.

Na het eten lopen we over de theetuin. Het is donker geworden en ik word getroffen door de stilte. Alleen het geluid van wat insecten verstoort dit magische moment.

De twee neefjes van Ram hebben inmiddels mijn smartphone ontdekt. Hoewel ze nog nooit zon telefoon hebben gezien, spelen ze binnen een paar minuten Doodle Jump. Ze springen behendig van ijsschots naar ijsschots. Ik geloof niet dat je als bedenker van dit soort spelletjes een groter compliment kunt krijgen.

De volgende dag bezoeken we meerdere theetuinen in de omgeving. Overal worden we enthousiast binnengehaald. De van thuis meegebrachte ballonnen doen het goed. Ik ben blij dat ik in het vliegtuig het boekje Ballonfiguren door heb genomen. Want vooral mijn hond gooit hoge ogen!

Enthousiast laat Knakak, een theeboer van eind twintig, me een pasgeboren kalf zien. Een belangrijk onderdeel van het project was zorgen voor voldoende meststof. Mensen in dit gebied drinken weinig melk waardoor er weinig koeien zijn. Een aantal boeren heeft aan het begin van het traject een koe gekregen. Voorwaarde was dat men het eerste kalf af zou staan aan een ander gezin.

Inmiddels hebben alle gezinnen een koe. De mest is niet alleen goede voeding voor de planten, maar de gassen die vrijkomen blijken ook prima geschikt om op te koken. Mest wordt samen met wat water en aarde in een grote put opgevangen. Het gas dat hier ontstaat komt via een pijp in het kookstel van het gezin terecht. Mest van één koe blijkt voldoende gas op te leveren om drie maaltijden per dag te kunnen koken. Zo snijdt het mes aan twee kanten. Men hoeft niet meer op zoek naar hout en de ontbossing wordt tegengegaan. Nadat het gas ontsnapt is, wordt de mest naar een opvangbak gespoeld en kan het over de theetuin verspreid worden. 

De laatste dag in Ilam word ik traditioneel voorzien van een veiligheidsstip. De rode stip is het teken van Ganesh en biedt volgens Hindoes bescherming. Niet afwassen voordat je veilig in Kathmandu geland bent, klinkt de waarschuwing van Sarita. Alsof ik dat van plan was...